Twentsche Courant Tubantia maandag 21 maart 2011
                                                                                                                                                Soli Deo Gloria laat de romantiek opbloeien
                                                                                                                                          Jos Keijzer                                                                                      



                     
























NIJVERDAL - Op papier had C.O.V Soli Deo Gloria een prachtig romantisch programma gezet.
De Missa Choralis van Liszt , het requiem van Fauré , liederen van Duparc en een imponerend orgelwerk van Guilmant.

De mis van Liszt is specifiek voor orgelbegeleiding geschreven en vraagt een romantisch gestemd pneumatisch orgel die met een veelheid aan koppelingen en
speelhulpen binnen een enkele toon van forte naar piano kan gaan. Dat was trouwens ook prachtig te horen bij het Agnus Dei bij Fauré. Hans Stege begeleidde ook vederlicht in arpeggio akkoorden de sopraan Lauren Armishaw bij onder meer het Chanson Triste en een Priere van Fauré. Zij etaleerde een warme voordracht, moeiteloos en aanspreekbaar , het muzikale hart rakend.

De klankmatige karaktertegenstellingen kwamen schitterend naar voren bij de Marche Funèbre en Chant Séraphique van Guilmant door de sublieme registraties van organist Stege op het Pelsorgel. De strijkers en tongwerken lieten zich in een prachtige gevarieerde afwisseling horen. Hier wordt maar weer bewezen dat de organist het orgel ‘maakt’ en niet andersom. Frans Liszt heeft er zes jaar over gedaan om zijn Missa Choralis te schrijven. Uiteindelijk is het in 1869 uitgegeven. De Missa Choralis is een werk voor kerkelijk gebruik en klankmatig heeft het niet die sterkte en niveau voor een concertante uitvoering. Bij dit werk moeten gebeden opstijgen en wierookgeur. Bij het Gloria was wel ineens de onverwachte Gregoriaanse aanhef van een ‘priester’ maar toch bleef dit werk wat afstandelijk. Technisch gezien was er hard gewerkt en kende men de partijen goed. De verschillende koorgroepen zongen als een eenheid en de gehele koorbalans is prima. De tenoren waren bij Liszt opvallend zuiver en energiek. Alle inzetten klopten en zelfs bij intieme gedeelten werd er met energie gemusiceerd.  De inzet van het kyrie door de vrouwenstemmen was transparant en intiem. De inzet door de mannen daaropvolgend energiek en dynamisch met een prachtige afsluiting met het orgel en koor als een perfecte muzikale eenheid. Dat dit koor zeggingskracht heeft, klonk ook door in het Peccata Mundi. De sopranen hadden toch over het algemeen wat problemen om in het hoge register zuiver te blijven. Het getuigt wel van durf van dirigent Herman Koops en zijn koor om dit werk te laten klinken. In zijn directie is hij altijd heel duidelijk, beweeglijk en overtuigend. Soli Deo Gloria overtuigde heel sterk met het requiem van Fauré. Een bekend werk maar op deze wijze mag het vaak gehoord worden. Dynamisch en integer . De transparante koorinzetten bij het Offertorium em Agnus Dei waren perfect. Bariton Bert van de Wetering vervolmaakte het geheel met zijn warme en soepele stem bij onder meer het Libera me. De solisten lieten duidelijk aan het koor horen dat er geen dominee was maar dominè