|
|
|
|
NIJVERDAL - Op papier had
C.O.V Soli Deo Gloria een prachtig
romantisch programma gezet.
De Missa
Choralis van Liszt , het requiem van
Fauré , liederen van Duparc en
een imponerend orgelwerk van Guilmant.
De mis van Liszt is specifiek voor
orgelbegeleiding geschreven en vraagt een
romantisch gestemd pneumatisch orgel die
met een veelheid aan koppelingen en
speelhulpen binnen een enkele toon van
forte naar piano kan gaan. Dat was
trouwens ook prachtig te horen bij het
Agnus Dei bij Fauré. Hans Stege
begeleidde ook vederlicht in arpeggio
akkoorden de sopraan Lauren Armishaw bij
onder meer het Chanson Triste en een
Priere van Fauré. Zij etaleerde een
warme voordracht, moeiteloos en
aanspreekbaar , het muzikale hart rakend.
De klankmatige
karaktertegenstellingen kwamen schitterend
naar voren bij de Marche Funèbre en
Chant Séraphique van Guilmant door de
sublieme registraties van organist Stege op
het Pelsorgel. De strijkers en tongwerken
lieten zich in een prachtige gevarieerde
afwisseling horen. Hier wordt maar weer
bewezen dat de organist het orgel ‘maakt’ en
niet andersom. Frans Liszt heeft er zes jaar
over gedaan om zijn Missa Choralis te
schrijven. Uiteindelijk is het in 1869
uitgegeven. De Missa Choralis is een werk
voor kerkelijk gebruik en klankmatig heeft
het niet die sterkte en niveau voor een
concertante uitvoering. Bij dit werk moeten
gebeden opstijgen en wierookgeur. Bij het
Gloria was wel ineens de onverwachte
Gregoriaanse aanhef van een ‘priester’ maar
toch bleef dit werk wat afstandelijk.
Technisch gezien was er hard gewerkt en
kende men de partijen goed. De verschillende
koorgroepen zongen als een eenheid en de
gehele koorbalans is prima. De tenoren waren
bij Liszt opvallend zuiver en energiek. Alle
inzetten klopten en zelfs bij intieme
gedeelten werd er met energie gemusiceerd. De inzet van het
kyrie door de vrouwenstemmen was transparant
en intiem. De inzet door de mannen
daaropvolgend energiek en dynamisch met een
prachtige afsluiting met het orgel en koor
als een perfecte muzikale eenheid. Dat dit
koor zeggingskracht heeft, klonk ook door
in het Peccata Mundi. De sopranen hadden
toch over het algemeen wat problemen om in
het hoge register zuiver te blijven. Het
getuigt wel van durf van dirigent Herman
Koops en zijn koor om dit werk te laten
klinken. In zijn directie is hij altijd heel
duidelijk, beweeglijk en overtuigend. Soli
Deo Gloria overtuigde heel sterk met het
requiem van Fauré. Een bekend werk
maar op deze wijze mag het vaak gehoord
worden. Dynamisch en integer . De
transparante koorinzetten bij het
Offertorium em Agnus Dei waren perfect.
Bariton Bert van de Wetering vervolmaakte
het geheel met zijn warme en soepele stem bij
onder meer het Libera me. De solisten lieten
duidelijk aan het koor horen dat er geen
dominee was maar dominè |